Stichting Pandora Ervaringen Verhalen 'Leven met schizofrenie', interview met een moeder

'Leven met schizofrenie', interview met een moeder

23 maart 2009
trefwoorden: ervaring, schizofrenie

Door Marin Gooijer en Anne Kamp

Via Stichting Pandora kwamen we in contact met een moeder van twee zoons met schizofrenie. Zelf heeft ze de diagnose depressie en borderline. Onder voorwaarde dat het interview anoniem zou blijven wilde ze aan ons profielwerkstuk meewerken.

Stichting Pandora is een stichting die zich inzet voor iedereen die psychische problemen heeft, of heeft gehad. De eeneiige tweeling Bas en Tim is nu 21 jaar oud. Het is nu drie jaar geleden dat bij hun de diagnose schizofrenie werd geconstateerd. Een van hen heeft zelfs een dubbele diagnose (schizofrenie in combinatie met drugs). Zij zelf heeft bij het AMC in Amsterdam psycho- educatie gehad. Over wat de ziekte doet, wat de werking is van het medicijn en ook wat de nare bijwerkingen zijn. Ook heeft zij educatie gehad over wat onder andere cannabis voor invloed heeft op de ziekte. Daarnaast is ze ingeloot om mee te doen met een pilot training van Familie Motiverende Interventie (FMI), die inmiddels een succes is gebleken voor ouders van kinderen met dubbele diagnose (schizofrenie en drugsverslaafd). Ook heeft ze dit jaar nog een interview gegeven in een regionale krant over deze training en heeft ze meegedaan aan een radio interview over FMI. We zijn dan ook heel erg blij dat ze mee wilde werken aan ons profielwerkstuk. De antwoorden heeft ze zelf geschreven.

 

 

1. Drie Jaar geleden werd bij uw beide zoons schizofrenie gediagnosticeerd. Hoe was dat voor u?

Vreselijk! Alsof mijn wereld instortte. Dat ik een diagnose heb (depressie en borderline) dat is tot daar aan toe, maar mijn kinderen!!! Ik had dit liever op me genomen, dan dat mijn kinderen dit moeten ervaren! Na verloop van tijd ging ik me meer verdiepen in de symptomen en de verschillende aspecten van deze ziekte en vanuit de kliniek waar mijn ene zoon was opgenomen, bij het AMC te Amsterdam, werd ook begeleiding geboden voor de ouders. Een maatschappelijk werkster, die je opvangt, na de eerste schrik, om die te boven te komen. Daarna werd er een traject aangeboden van educatie. Dan krijgt alles iets meer een plek, begin je het iets meer te overzien en kan de info bezinken. Het is een rouwproces, voor zowel de patiënt als ook de directe familie/vrienden er om heen. En ieder doet dat in zijn eigen tempo en op zijn eigen manier.

2. Hoe werd de ziekte bij uw zoons ontdekt?

In eerste instantie bij mijn zoon Tim. Ik ben gescheiden van hun vader en de tweeling is bij hun vader blijven wonen. Zij waren elf en ene half jaar oud toen ik ging scheiden. Er is gelukkig een regeling getroffen bij de rechtbank, dat de jongens mij om het weekend opzochten. Ik heb een vriend. Mijn vriend is ook gescheiden en heeft drie kinderen, net als ik, die ook een bezoekregeling hadden met hun vader. Alle jaren zijn wij (mijn vriend en ik) met onze kinderen drie weken in Nederland gaan kamperen in de grote schoolvakantie. Dat was altijd feest. Toen Tim en Bas, mijn tweeling, achttien jaar oud waren, zijn ze net als andere jaren weer meegegaan op vakantie, drie weken. Tim was apathisch. Ik kon hem aanspreken, maar het was net of hij niet ontving wat ik zei. Hij maakte geen oogcontact, was steeds afwezig, zijn gezichtsuitdrukking was vlak, geen mimiek in. Als ik al contact kreeg, begreep hij de vraag niet of hij moest er heel lang over nadenken voor hij antwoord gaf. En dan waren dat simpele vragen, waar wij bijna zonder nadenken een antwoord op geven. Hij vermaakte zich niet met de groep jongeren die er was, sloot zich van hen af. Was lijfelijk wel aanwezig, maar geestelijk niet. De andere jongeren lukte het ook niet om contact met hem te leggen.
Na de vakantie, werd dit steeds erger. Hij ging het huis uit bij zijn vader en trok bij mijn zuster in. Die woonde in dezelfde woonplaats als de jongens. Ik heb Tim daar bijna dagelijks bezocht, bij mijn zus, heb zitten praten met hem. Om door die muur van apathie heen te komen. Op een gegeven moment lukte het me om hem zover te krijgen dat hij wel met iemand van de GGZ wilde praten. Ik zag allang, dat hier iets niet in orde was, en dat deskundige hulp geboden moest worden aan Tim. Toen hij bereid was om te praten, heb ik direct de crisisdienst gebeld. Dan ga ik niet wachten op een intake over drie maanden. Ik weet hoe die dingen lopen bij de GGZ. Ik kon de volgende dag met hem terecht. Daar heeft hij een gesprek gehad van een uur. Ik moest de volgende dag terugkomen met hem om het gesprek verder af te ronden. Het lukte niet in één keer, dat nam Tim niet op. Alle antwoorden kwamen traag en het duurde lang. Een psychiater in opleiding nam me even apart en zei direct tegen me, dat ik niet voor niets was gekomen. Er was duidelijk iets aan de hand, wat dat moest nog verder worden onderzocht. Na het gesprek de volgende morgen, is er aan Tim uitgelegd, dat hij toch wel erg ziek was, dat het beter voor hem was, als hij werd opgenomen en men zou een plaats voor hem gaan regelen.
Na nog enige weerstand geboden te hebben, is Tim opgenomen geweest. Eerst op de gesloten afdeling van de Adolescenten Kliniek van het AMC, daarna is hij overgegaan naar de open afdeling. Nog veel later heeft hij ambulante nazorg gehad. Daar ging het helaas al weer niet goed.

Nadat bij Tim de diagnose was gesteld, door een onderzoek in de kliniek, werd mij aangeboden, om Bas ook te laten screenen. Ik heb dit aan Bas voorgesteld, en deze ging akkoord. Met Bas ging het ook al een tijd niet goed. Hij werkte nog wel, als vakkenvuller en verkoop medewerker bij een supermarkt. Hij begon steeds meer verschijnselen van overspannenheid te krijgen. Hij transpireerde ’s nachts heel erg. Kon slecht slapen. Had soms nachtmerries. Was snel geïrriteerd. Was prikkelbaar. Had concentratie problemen. Had problemen op zijn werk met zijn baas. Bas werd enorm angstig. Was soms emotioneel. Bas was enorm aangedaan toen bij Tim de diagnose gesteld werd. Nadat Bas ook een screening had gehad, kwam er uit dat Bas ook de diagnose schizofrenie had. Bij mijn beide zoons, heb ik een belangrijke rol gespeeld in de ontdekking van de ziekte. De vader had wel last ondervonden van Tim, maar niets ondernomen. Bas was al meer dan een jaar bij zijn vader uit huis en woonde in bij mijn zuster.

3. Hoe veranderde hun gedrag?

Tim is altijd wel een gesloten jongen geweest, die iets minder makkelijk contact maakt dan zijn tweelingbroer Bas. Doch de geslotenheid werd erger toen de ziekte zich openbaarde. Voor Bas geldt eigenlijk hetzelfde. Hij werd meer gesloten. Door het concentratieprobleem werd het voor anderen, zoals hun vrienden, moeilijker om contact met de jongens te hebben. Ze raakten steeds meer in een isolement. Vooral Tim had dat heel sterk. Doordat er in hun hoofd zoveel gebeurde, waar wij van buiten niets van kunnen zien, is er in hun hoofd ook weinig plaats meer voor een stukje inlevingsvermogen. Bijvoorbeeld in een gesprek met iemand, waar je begrip voor een situatie kunt op brengen. Dat was voor een groot deel weg bij de jongens. Tim heeft ook ervaren, dat er aan alle mensen wat mankeerde, maar naar zijn gevoel lag het niet aan hem. Dit is helaas inherent aan het ziekte beeld. Denken dat anderen raar zijn, maar niet jijzelf. Zo absoluut was hij toen. Nu is hij gelukkig weer genuanceerder.

4. Zoals bijna elke ziekte heeft ook schizofrenie verschillende subtypes (zoals paranoïde schizofrenie/katatone schizofrenie enz.) Van welk type schizofrenie is er bij uw zoons sprake?

Tja, daar vraag je me wat. Weet je, ik heb alleen vernomen, dat de jongens schizofrenie hebben, verder hebben ze daar geen exacte info over gegeven. Ik ben even gaan kijken op WikiPedia en als ik kijk naar katatone schizofrenie, dan herken ik daar (als moeder) toch heel veel in. Zeker wat Tim betreft. Maar welk subtype de jongens in hun dossier hebben staan, dat weet ik niet.

5. Hebben zij ooit stemmen gehoord of andere wanen of hallucinaties gehad?

Ja, Bas heeft dwangstemmen. Als hij op de trein staat te wachten, kan die stem tegen hem zeggen dat hij voor de trein moet springen. Bas weet dat dit een stem van hemzelf is, dat het uit zijn hoofd komt. Hij kan er mee omgaan, door onder andere gesprekken met zijn sociaal psychiatrisch verpleegkundige en door het medicijn Seroquel, dat de dwangstemmen in hem dempt. Hij heeft geleerd om hier mee om te gaan.
Tim heeft beleefd dat hij sliep, maar toch ook wakker was en zich niet meer kon bewegen. Toen Tim opgenomen was in de gesloten afdeling, sprak hij soms ook over dingen die niet bestaan. Hij bedacht nieuwe woorden, wist zelf heel goed wat hij bedoelde, alleen wij begrepen het niet. Daar zijn wij ook niet op ingegaan. Dat is te frustrerend voor hem, als hij niet begrepen wordt.

6. Zo ja, kunt u een voorbeeld geven van een van deze wanen/hallucinaties? En hoe beleefde u dat?

Voorbeelden geef ik hierboven al. Hoe dat voor mij is. Hartverscheurend! Ik zie dat mijn zoon ziek is, hij lijdt aan een psychose en ik ben machteloos. In ieder geval ervoer ik dat zo. Ik weet inmiddels dat ik toch iets kan beteken voor mijn kind, maar op zo’n moment is het vreselijk. Ik heb me goed moeten houden, mijn tranen weg moeten dringen, om niet aan Tim te tonen, hoe erg ik het vind (het zou voor hem alleen maar heel verontrustend zijn, als hij mij van slag ziet, dat brengt hem nog meer uit balans).

7. Hoe vaak hebben zij een psychose gehad? En hoe lang duren deze gemiddeld?

O jee, ik weet niet hoe vaak Tim een psychose heeft gehad. Toch wel veel. Minstens drie of vier. En heftig. Ik kan je niet exact vertellen hoelang die duren, maar in mijn beleving, was het heel lang. Tim heeft de eerste keer bijna een week op de gesloten afdeling gezeten. Daarna heeft hij tussen de zes tot acht weken op de open afdeling gezeten. Daarna kon hij pas ambulant geholpen worden. Toen mocht hij naar huis. Dan spreken we toch minstens van twee maanden.
In de psychose zitten gradaties. Als het zich sterk openbaart, is het op zijn heftigst, daarna wordt met medicijnen de ziekte behandeld en zie je stapje voor stapje verbetering, maar dan is de psychose nog niet over. Tevens wordt er steeds meer bekend over de gevolgen van psychoses. Het wordt meer duidelijk dat iedere psychose opnieuw schade brengt aan delen in de hersenen. Hoe langer een psychose, hoe meer schade er wordt aangericht in de hersenen. En helaas hersteld zich dit niet nadat de psychose over is.

8. Merkt u van te voren wanneer zij een psychose krijgen? Zo ja, hoe merkt u dit?

Ja het is te merken. De jongens trekken zich meer terug. Raken meer geïsoleerd van mensen, zijn prikkelbaar, zijn boos, snauwen een antwoord als je iets vraagt, zijn achterdochtig, kijken angstig om zich heen.

9. Hebben zij ook last van negatieve symptomen (zoals lusteloosheid enz.) Kunt u enkele voorbeelden hiervan geven?

Ja heel erg. Ze hebben vreselijke last van moeheid. Zijn ’s morgens lang duf. Komen moeilijk hun bed uit. Concentratie verlies. Last van gevoelsafvlakking. Tim beleeft die gevoelsafvlakking ook. Hij heeft er een hekel aan, gaf de schuld aan de medicijnen en is gestopt met zijn medicijnen. Daarnaast heeft hij ook geblowd, puur als medicatie, omdat hij weer wilde voelen. Dat de gevolgen daarna ernstig zijn, is op dat moment niet te overzien voor hem.
Concentratie verlies: Bas was met een opleiding bezig bij een supermarktketen. Hij heeft die moeten stopzetten, omdat hij niet meer kon leren. Het ging gewoon niet meer. De contacten met de vrienden van de jongens zijn ook anders geworden. Ook een gevolg van onder meer concentratie verlies. Er zit ook zo goed als geen eigen initiatief bij de jongens. Veelal worden ideeën en mogelijkheden voor activiteiten aangedragen door begeleiding, als zij veel last hebben van de schizofrenie. Bijvoorbeeld tijdens een psychose is Tim totaal non-actief en Bas trouwens ook. Alleen maar liggen, zitten en passief zijn. Als het weer iets beter met ze gaat, komt eigen initiatief ook weer tot ontwikkeling bij hen.

10. Hoe gaan uw zoons met hun ziekte om? Gebruiken ze bijvoorbeeld medicatie, of volgen ze therapie?

Bas is nooit opgenomen geweest. Wel heeft hij een spv’er (sociaal psychiatrisch verpleegkundige) voor gesprekken en een psychiater voor de medicijnen. Hij gebruikt Zyprexa als anti-psychoticum, fluoxetine tegen depressie en Seroquel tegen de dwangstemmen in zijn hoofd. Hij staat onder controle, in verband met de combinatie van medicijnen. Hij woont in een appartement, verkregen via de R.I.B.W. (Regionale Instelling Beschermd Wonen), waar hij dagelijks bezoek ontvangt van een vaste begeleider, die met hem de dag doorneemt en zaken die hij moet doen. Hij heeft ook een ergo therapeut, die met hem kijkt, wat voor werk mogelijkheden hij heeft en wat hij leuk vindt.
Tim is verschillende malen opgenomen geweest, heeft moeite met het inzicht in zijn ziekte, is nu van Zyprexa (anti psychoticum) overgegaan naar Leponex, dat een risicovoller medicijn is, maar bekend staat om het vermogen dat je meer gevoel kan hebben. Hij reageert daar goed op. Hij is verschillende malen in de afgelopen drie jaar opgenomen geweest. Hij is een paar keer gestopt met zijn medicijnen en gebruikt regelmatig drugs in de vorm van Cannabis, XTC en heeft helaas zelfs een keer coke gesnoven.

Tim heeft psycho educatie gehad, tijdens zijn opname om inzicht te krijgen in zijn ziekte. Ook hebben ze met Tim doorgenomen welke signalen hij afgeeft als het slechter met hem gaat. Bij hem spelen een aantal factoren een rol, waardoor het bij Tim allemaal wat moeizamer gaat. Ten eerste heeft hij de ziekte in een behoorlijke hoge gradatie, hierdoor is het concentratie-vermogen en opnemingsvermogen van de hersenen (en het onthouden) minder dan bij andere mensen. Daarnaast is er bij hem ook nog sprake van een stukje karakter. Hij is bijzonder koppig, wat hij wil dat zal hij ook bereiken. Prima eigenschap als het zich niet tegen je keert.
Tim verblijft nu al een jaar langdurig in een soort half en half kliniek. Er zijn woningen bij, daar verblijven psychiatrisch patiënten voor langere tijd. Naast die woningen staat een woning waar 24 uur per dag medische staf aanwezig is. Tim heeft begeleiding van een spv’er (sociaal psychiatrisch verpleegkundige), een psychiater en begeleiding voor activiteiten zoals het doen van vrijwilligerswerk, wat vindt hij leuk en wat kan hij? Tevens is er een maatschappelijk werkster bij hem betrokken, om hem zover in conditie te krijgen, dat hij straks ook in een huisje kan wonen op zichzelf via de R.I.B.W. (Regionale Instelling Beschermd Wonen). Daarvoor moet Tim onder budgetbeheer, omdat hij zijn financiën anders niet goed beheert.

11. Hoe ervaart u de ziekte van uw zoons? Verschilt dit met hoe zij het zelf ervaren?

Ik heb het er soms toch nog moeilijk mee dat mijn zoons deze ziekte hebben. Het heeft er voor gezorgd dat mijn zonen meer beperkingen in het leven hebben en zullen tegen komen, dan andere jongeren van hun leeftijd die een vriendin krijgen, carrière opbouwen, mogelijk gaan trouwen, een gezin zullen stichten. Misschien ooit eens een huis kopen. Dat zijn zaken, die veel meer buiten hun mogelijkheden liggen, dan van andere jongeren. Als voorbeeld zie ik het bij de dochter van mijn zuster, mijn nichtje van 24 jaar. Ze heeft veel studies gedaan, is al jaren klimmende in haar carrière, heeft zelfstandig een huis gekocht en is nu getrouwd. Grote kans dat zij over een aantal jaren aan kinderen zal beginnen.
Mijn jongens ervaren de ziekte zelf niet zoals ik die van buitenaf zie. Bas weet niet zo goed waar hij last van heeft door de ziekte. Het is al zo geïntegreerd in zijn leven.

U heeft deze vraag ook aan een van uw zoons gesteld, wat was daarop zijn antwoord?
Antwoord van Bas: Zelf merk ik er eigenlijk niks van, ik ben me er niet van bewust, dus ik kan ook niet uitleggen hoe ik het ervaar.

12. Hoe gaan mensen om u heen met hun ziekte om?

Er is wel begrip, maar tot op zekere hoogte. Zodra het tot ongemak voor hen wordt, dat zij degene zijn die begrip moeten opbrengen, dan wordt het al moeilijker. Zelf heb ik veel informatie gegeven aan familie en omstanders om duidelijk te maken wat het nu betekent voor de jongens zelf. Nu we drie jaar verder zijn, merk ik wel dat er gelukkig familie is die meer begrip voor de jongens op kunnen brengen. Doch is er bij de familie nog veel onbekend over de symptomen, over schizofrenie.

13. Wat ziet u als het grootste nadeel? Zijn er bijvoorbeeld dingen die zij eerst wel konden doen, maar nu niet meer?

Of merkt u bijvoorbeeld dat mensen hen al snel in een hokje plaatsen terwijl dit nergens voor nodig is?
Het grootste nadeel vind ik dat hen een stuk gezonde toekomst is ontnomen. Carrière, gezin. Hun vriendenkring is veel kleiner omdat sommigen er niet mee om kunnen gaan of er voor kiezen om er (de ziekte van de jongens) niets mee te maken te (willen) hebben. De jongens kunnen niet meer studeren.

14. Vindt u dat mensen met schizofrenie normaal kunnen functioneren in de maatschappij?

Dan kom je bij de vraag: “Wat is normaal?”. De bekende kreet van Stichting Pandora is niet voor niets: “Ooit een normaal mens ontmoet?” Maar dat even terzijde. Er zijn gradaties in de ziekte, zoals ik al zei. Daardoor zal iemand met een lichte vorm, die al heel lang geen psychoses meer heeft gehad, waarschijnlijk heel ver komen met het zelfstandig functioneren in de maatschappij. Dat zal voor iemand, die regelmatig te kampen heeft met psychoses, veel moeilijker zijn en die zal dan ook begeleiding behoeven en dus niet alleen kunnen functioneren in de maatschappij.

Onze onderzoeksvraag van ons profielwerkstuk is of schizofrenie een geestelijke (door traumatische ervaringen in de jeugd) of een lichamelijke (genetisch/erfelijk bepaald) ziekte is.

15. Komt schizofrenie of andere geestenziektes bij u in de familie nog vaker voor?

Van mijn kant komen geen andere geestenziektes voor, behalve dan dat ik tien jaar geleden de diagnose borderline heb gekregen. Tevens heb ik de diagnose depressie. Daarvoor heb ik antidepressiva. Van de jongens hun vaders kant, zijn geen geestesziektes bekend. Wel weten we dat vaders vader, dus de opa van de jongens, zwaar alcoholist en zwerver is geweest voor een groot deel van zijn leven. Mogelijk heeft deze man toch een geestesziekte gehad.

16. Zijn er dingen in hun jeugd gebeurd, die misschien als traumatisch ervaren kunnen zijn?
De jongens hebben een hele moeilijke jeugd gehad. Ik werd geestelijk en lichamelijk mishandeld. De jongens werden geestelijk mishandeld, er was steeds de dreiging van geslagen worden en ze zijn ook geslagen en vernederd. Ik heb een noodsprong gemaakt en ben eruit gestapt, naar een herstellingsoord gegaan en heb van daaruit een scheiding in werking gezet. Toen waren Tim en Bas ruim elf jaar oud. Ik kon mijn kinderen geen onderdak bieden, was dakloos en de vader heeft de kinderen toegezegd gekregen, met een bezoekregeling voor mij (ik heb nooit aangifte gedaan bij de politie en kon dus niets bewijzen). De jongens hebben geen makkelijke jeugd gehad!
Dit is nooit de reden dat iemand schizofrenie krijgt. Het kan wel veel negatieve gevolgen hebben natuurlijk. Bij hen speelden verschillende dingen tegelijk.

17. Een van uw zoons heeft een tweeledige diagnose (schizofrenie in combinatie met drugsgebruik). Denkt u dat het gebruik van drugs de kans op schizofrenie verhoogt of dat schizofrenie juist een aanleiding is om drugs te gaan gebruiken?

Bij Tim is er eerst sprake geweest van blowen. Op school. Toen hij vijftien jaar was. Bas heeft dat ook gedaan. In verband met hun levenssituatie kan ik me er iets bij voorstellen dat zij geblowd hebben. Helaas heeft het ertoe geleid, dat het voor de jongens, die mogelijk op genetische gebied aanleg hebben voor schizofrenie en daarnaast een stressvolle jeugd hebben gehad, de laatste trigger is geweest om schizofrenie te krijgen. Daarnaast blowde Tim, nadat de ziekte is ontstaan, als een soort “zelfmedicatie”, om weer bij zijn gevoel te komen. Dus mijn antwoord is: beiden. Het wordt gebruikt nadat de ziekte is ontstaan en de ziekte ontwikkelt zich volgens mij helaas erg vaak door cannabis. Daar zijn veel artikelen over te vinden, over welke stof in de plant de boosdoener is, wat het doet met de hersenen. Hoogleraar Don Linszen doet hier veel onderzoek naar en heeft al veel informatie over dit onderwerp gepubliceerd.

18. En tot slot, denkt u dat de oorzaak van schizofrenie vooral ligt bij het lichamelijke (erfelijkheid, genen, etc) of juist door psychische factoren(stress, slechte jeugd,etc)?

Tja, dat is heel moeilijk. Maar zoals je de vraag stelt, gaat het om wat ik denk. Waar ik van overtuigd ben. Het lijkt wel bijna een gewetensvraag.....
Ik heb vaak en veel gedacht dat als de jongens niet zoveel stress in hun leven hadden gekend, dat het dan anders gelopen was. Hoeveel kans was er dan geweest dat zij regelmatig zouden blowen? Het blowen is de jongens fataal geworden. Bij mij ligt de overtuiging dat de cannabis de laatste druppel is geweest om schizofrenie te krijgen. Cannabis werkt enorm in op je hersenen. Die hersenen waren al overgevoelig door alle stress en mogelijk ligt daar in de hersenen al een erfelijkheidsfactor. Dat creëert een dun draadje, dat geknapt is op zoveel overbelasting. (Om het maar metaforisch te maken). Als ik dan kijk naar je vraag of het lichamelijk of psychisch is, is de volgende vraag denkelijk; hoort cannabis bij lichamelijk of psychisch? Toch denk ik dat de oorzaak van de ziekte bij de jongens vooral op psychisch gebied ligt. Maar dat is wat ik denk. Als je het een psychiater vraagt, geeft die misschien een heel ander antwoord. Ik weet wel dat de ziekte zich uitbreidt op het lichamelijk vlak, want het speelt zich af in de hersenen, in een speciaal gebied. Andere hersengedeelten worden ook aangetast door de ziekte.

[1] De namen die in dit interview worden gebruikt zijn veranderd.


Anne Kamp en Marin Gooijer zijn leerlingen 6e klas van het Murmellius Gymnasium te Alkmaar. Dit interview is onderdeel  van een profielwerkstuk voor het vak biologie in combinatie met latijn, omdat er ook een vergelijking in zit met een aantal antieke teksten.

Pandorasite 23 maart 2009

 
 

Veel gestelde vragen aan de Helpdesk

Wat voor soort vragen kan je ons stellen?
Bekijk ze hier!

Bel de Depressielijn

Wij begrijpen wat je meemaakt
Lees verder